Imposter Syndrome: zo voorkom je dat gevoel dat je niet goed genoeg bent

imposter syndrome

Je hebt netjes je diploma behaald en een leuke baan gevonden, het trainen voor die hardloopwedstrijd gaat best goed en je woont in een fijn huis met misschien wel een leuk gezin om je heen. Je weet succesvol allerlei projecten af te ronden en daarnaast lukt het je feilloos om je werk- en privéleven lekker uit te balanceren. Maar toch heb je soms het gevoel dat je elk moment door de mand kan vallen. Dat je baas ineens opbelt en driftig vraagt waar je nu in hemelsnaam mee bezig bent. Of een collega die ineens doorheeft dat je eigenlijk ‘maar wat doet’. Dat is het Imposter Syndrome ten voeten uit.

 

Wat is Imposter Syndrome precies?

 

Letterlijk vertaald betekent Imposter Syndrome ‘bedriegerssyndroom’. Wat inhoudt dat we het gevoel hebben elk moment door de mand te kunnen vallen, omdat we stiekem helemaal niet zo slim/goed/capabel/grappig/etc. zijn. We doen ons beter voor dan we zijn en kunnen alleen door stom geluk op de plek zijn gekomen waar we nu zijn. Denken we.

 

Een gekke gedachte, want andersom kijken we vaak niet zo naar anderen. Ooit over een collega of vriend gedacht dat diegene alles bij elkaar verzint? Dat diegene stiekem lang niet zo leuk, slim of grappig is als hij altijd is? Waarschijnlijk niet.

 

Waar komt het vandaan?

 

Anders dan je misschien denkt, wordt de gedachte niet per direct veroorzaakt door het gevoel dat we iets niet kunnen. Het is een verkeerd beeld van de buitenwereld dat maakt dat we onszelf een bedrieger voelen. Ons beeld van anderen is immers vaak positiever dan het beeld van onszelf.

 

We kijken enkel naar andermans buitenkant, waardoor het lijkt alsof anderen wel van nature de kennis, humor of het vermogen hebben wat nodig is, legt een video van The School Of Life treffend uit. Wat we aan de buitenkant niet zien, is het aantal twijfels, de onzekerheid en de aarzelingen die de ander intern ervaart. Net als jij.

 

“Vaak ligt de oorsprong van deze gedachten in onze jeugd. Als kind kijk je op tegen je ouders en andere volwassenen die alles kunnen wat jij niet kan. En dat gaat ze ook nog ’s gemakkelijk af,” legt Soesja, psycholoog bij OpenUp, uit. Wat je niet ziet, is dat ook zij dat ooit hebben geleerd en ook zij ooit dat jonge, onwetende kind waren.

 

“Je hoeft geen superheld te zijn en ook niet te denken dat anderen dat van je verwachten, simpelweg omdat anderen het ook niet zijn.”

 

“Zelfs de meest succesvolle mensen ervaren dezelfde gedachten,” vertelt Soesja verder. “Ook grote acteurs denken soms dat ze ooit door de mand gaan vallen.” Uit onderzoek blijkt dat zo’n 70 procent van de mensen – jong en oud, bekend en onbekend, CEO en student – weleens (een beetje) Imposter Syndrome ervaart in het leven.

 

Dealen met het Imposter Syndrome

 

De uitdaging met het Imposter Syndrome is dat het vaak niet uitmaakt hoe hard je werkt of hoeveel successen je behaalt, je hebt toch wel het idee hebt dat je niet goed genoeg bent en dat anderen het beter kunnen dan jij.

 

Omdat we het allemaal wel ’s in meerdere of mindere mate ervaren, is het goed om er alert op te zijn zodat je imposter mind niet de overhand krijgt.

 

Merk je dat jouw brein weer in imposter modus staat? Deze tips kunnen je helpen:

 

1. Onderzoek wat  er achter de gedachte zit

 

“De onzekerheid die het imposter syndroom met zich meebrengt, is vaak gelinkt aan bepaalde overtuigingen,” vertelt psychloog Margit. “Gedachten zijn niets meer dan mentale activiteiten. Dagelijks hebben we er duizenden en hoewel het soms lijkt alsof ze allemaal waar zijn, is dat toch vaak niet zo.”

 

“Je gedachten zijn in veel gevallen niet gebaseerd op feiten, wat voor flink wat vooroordelen kan zorgen. In een consult gaan we vaak samen op zoek naar de gedachten die vaak blijven terugkomen en welke overtuigingen daarachter zitten. Deze overtuiging dagen we uit door ons af te vragen:

  • Waarop is deze gedachte gebaseerd?
  • Is het echt waar?
  • Is er bewijs voor dat het waar is?
  • Is er bewijs voor dat het niet waar is?

Vervolgens formuleren we een overtuiging die je wel verder helpt en verzamelen we bewijs om in te zien dat dit waar is.”

 

Stel dat je op werk met een project bezig bent, maar twijfelt aan je kunnen om het allemaal in goede banen te leiden. Stiekem weet je niet zo goed hoe je het aan moet pakken en heb je Google om hulp gevraagd. En dat terwijl je collega’s alles onder de knie lijken te hebben. Waarom snappen zij wel welke stappen ze moeten nemen?

 

Je raakt verzeild in allemaal gedachten en de twijfel slaat toe. Je imposter mind krijgt de overhand, maar waarom precies? Want waarop baseer je deze gedachte? En is het echt écht waar? Is er ander bewijs dan jouw niet op feiten gebaseerde ideeën?

 

Van een afstandje zie je nu misschien wel in dat het onnodig is om je zo te voelen, maar stiekem vinden dat soort situaties regelmatig plaats in je gedachten. Ook dan is het onnodig om je niet goed genoeg te voelen.

 

Zo deal je met jouw piekergedachten: 5 tips om minder te piekeren

 

2. Focus op de positieve dingen

 

In plaats van de focus leggen op de gedachten en overtuigingen achter de imposter gevoelens, kun je ook de positieve kanten bekijken, oppert psycholoog Jan.

 

“Er is een reden dat jij bent aangenomen voor deze baan, je studie succesvol hebt afgerond of dat vrienden het leuk vinden om bij je te zijn. Het is de moeite waard om ook de positieve kanten te benadrukken. Welke eigenschappen zorgen ervoor dat dingen vaak goed gaan? Wat waarderen anderen aan je?” Leg daar je focus.

 

Een nuttig boek dat je hierbij kan helpen is Ontdek je sterke punten, maar vraag ook vooral aan je collega’s wat zij aan jou waarderen.

 

3. Praat erover

 

Gedachten en overtuigingen kunnen zichzelf opblazen als ze  in je hoofd blijven zitten. Onnodig, want zoals we al eerder zeiden: vaak zorgen ze voor allerlei vooroordelen.

 

Door met anderen te praten,  kom je erachter wat er in hun hoofd omgaat. Dat kan een grote opluchting zijn. Met name als je merkt dat je niet de enige bent en anderen soortgelijke gevoelens en gedachten ervaren. Vaak ontdek je dat ook zij met allerlei twijfels en onzekerheden rondlopen en lang niet alles zo feilloos doen als je denkt.

 

Vind je het lastig om je gevoelens te delen? Zo doe je dat

 

4. Realiseer je dat het oké is om je zo te voelen

 

Onzekerheid en twijfels aan onszelf is iets universeels. Iedereen heeft er in meer of mindere mate last van. Deze imposter gevoelens horen bij het leven en dat is oké. Het doel is niet om je nooit meer als een bedrieger te voelen, maar om ermee te leren omgaan, vertelt psycholoog Audrey Ervin aan TIME magazine. “Mensen mogen nog steeds een imposter moment hebben, maar niet een imposter leven.”

 

5. Laat de imposter je niet tegenhouden

 

Nu je begrijpt dat het vooral je gedachten – of beter gezegd: mentale activiteiten – zijn die de imposter in je aanwakkeren, wordt het misschien makkelijker om de gedachten te identificeren en naast je neer te leggen. Hoe hard de bedrieger in je ook probeert te schreeuwen, laat die gedachte je niet tegenhouden om je dromen achterna te jagen.

 

Het kan een uitdaging zijn om alleen met jouw gevoelens en gedachten te moeten omgaan. Eén van onze psychologen kan je helpen om de juiste vragen te stellen en zo jouw overtuigingen uit te dagen. We helpen je graag.